Tegelsoorten
Matte of glanzende tegels: wat kies je waar?
Door De Tegelwerkplaats · gepubliceerd 2026-08-17 · bijgewerkt 2026-08-17
Mat is de veilige keuze voor vloeren: stroever, krasongevoeliger en vergevingsgezind voor vegen en stof. Glans (gepolijst of glanzend glazuur) maakt wanden lichter en dieper, maar toont op vloeren elke veeg en wordt nat glad. De praktijkregel: mat op de vloer, glans als accent op de wand — en satijn/gelapt als tussenweg.
Glans doet twee dingen tegelijk: het reflecteert licht (de ruimte oogt groter en lichter) én het reflecteert alles wat op het oppervlak zit — vingerafdrukken, kalkspetters, doekstrepen. Op een badkamerwand op ooghoogte is dat te onderhouden; op een donkere gepolijste vloer wordt schoonmaken een dagtaak.
Mat heeft de praktische troeven: krasjes vallen weg in het oppervlak, antislipwaarden zijn hoger en de uitstraling is rustig en eigentijds. Vrijwel alle betonlook- en houtlookseries zijn om die reden mat.
De tussenvormen verdienen aandacht: 'gelapt' (lappato) is half gepolijst — glans met textuur — en satijnglazuur geeft een zachte zijdeglans zonder spiegeleffect. Voor wie licht wil zonder de nadelen van hoogglans zijn dit de slimme keuzes.
Combineren werkt uitstekend: dezelfde serie mat op de vloer en gepolijst op de accentwand geeft diepte zonder onderhoudsspijt. Let bij gepolijst porselein wel op: de polijstbewerking opent microporiën — sommige series vragen een fabrieksmatige verzegeling tegen vlekken.
Veelgestelde vragen
Zijn glanzende tegels ouderwets?
De witte glanzende wandtegel van de jaren negentig heeft dat imago, maar gepolijst marmerlook-grootformaat is juist het toonbeeld van moderne luxe. Het zit niet in de glans maar in tegel, formaat en toepassing.